Het is bijna zover! In 2019 viert mijn woonplaats Best dat ze zich 200 jaar geleden officieel losmaakte van buurgemeente Oirschot. Maar de kiem van deze afscheiding werd al in 1666 gelegd tijdens het oproer in de Malckersteeg. Dit oproer was het sein voor een eigen, kleine koude (boter)oorlog tussen Best en Oirschot. Wist u trouwens dat het in Best wel vaker niet boterde?

Best was tot 1819 onderdeel van de huidige buurgemeente Oirschot. De vele keuterboeren in de drie herdgangen Aerle, Verrenbest en Naastenbest voelden zich vooral de melkkoe van de heren van Oirschot. Dat gevoel werd na het oproer in de Malckersteeg – op 18 oktober 1666 – nog sterker. Oirschot liet bij kleine schulden van Beste boeren het onroerend goed van arme boeren zonder pardon bij executie verkopen. Letterlijk uit arren moede sloten de opstandige herdgangen in 1700 vrede met Oirschot. En toch ging het vijf jaar later al weer mis ….

We wagen het erop
De Bestse herdgangen wilden – samen met de herdgangen Straten en de Notel – de gemeente Oirschot financieel treffen. Maar hoe kon je dat als arme boer doen? Nou, met die bewezen melkkoe dus. De inwoners waagden het erop. Ze brachten niet langer hun boter naar de waag in Oirschot, maar naar de markten van Eindhoven en Sint Oedenrode. Dat kwam de opstandige boeren duur te staan. Want Oirschot had het privilege van de waag. Dat betekende dat alle inwoners van de heerlijkheid Oirschot verplicht waren om de boter naar de eigen waag te brengen. Wie deze regel overtrad, kon rekenen op verbeurdverklaring van de boter én een boete van zes gulden. Daarmee kwam Oirschot als winnaar van deze korte boteroorlog uit de bus.

De Bestse botermakers
Boter was een belangrijke bijverdienste voor de Beste boeren. Daarom stelde de gemeenteraad in 1866 een eigen botermijn in. Toch werd deze botermijn geen succes. Dat kwam vooral door de komst van een heuse boterfabriek. Arnoldus de Wert startte in 1873 in het centrum van Best deze onderneming. In het begin bleven de boeren liever zelf boter karnen. Maar al snel won het gemak het van het wantrouwen. Steeds meer gezinnen leverden hun melk af bij de boterfabriek. Daar verwerkten vier mannen en twee vrouwen de melk handmatig tot boter. Een jaar voor zijn overlijden in 1897 kocht Arnoldus de Wert een stoommachine, waardoor de productie gemakkelijker werd. Toch waren de boeren niet blij met de boterfabriek. Door de monopoliepositie in het dorp bepaalde de boterfabriek de melkprijs. Met hun gezonde boerenverstand bedachten de boeren dat concurrentie in hun voordeel zou kunnen werken. Daarom richtten 40 boeren in 1898 de coöperatie Roomboterfabriek Amilia – gelegen aan de Oirschotseweg – op. In 1899 kwam er een boterfabriekje aan de rijksweg bij.

De Bestse boteroorlog
Drie boterfabrieken in één dorp: dat was wel veel van het goede. Dat vond Adrianus de Wert – die zijn vader opvolgde in het bedrijf – in ieder geval. Er volgde een ware boteroorlog in Best. Daarbij werden ‘vuile’ middelen niet geschuwd. Zo wilde Adrianus voorkomen dat de andere Bestse botercoöperaties hun boter mochten verkopen met het in 1904 ingevoerde Rijksbotermerk. Volgens hem maakten de plaatselijke concurrenten hun boter van mindere kwaliteit melk. Of het toeval is dat er in 1904 brand uitbrak in de boterfabriek van de Wert zullen we nooit weten. Maar feit is dat er na de brand een nog modernere stoommachine kwam. Daar konden de twee kleine coöperaties uiteindelijk niet tegenop. In 1910 en 1914 sloten zij de deuren. De familie de Wert won de Bestse boteroorlog. De fabriek – vanaf 1921 De Bestse Boter geheten –zou nog jaren het centrum van Best domineren. Bij het eeuwfeest in 1973 was de fabriek niet meer in gebruik, maar floreerde de onderneming als internationaal boterhandel. In 1983 werd de fabriek gesloopt. Op deze plek wordt trouwens nog steeds boter verkocht. Niet bij het beeld van de karner, maar in een van de winkelpanden van winkelcentrum De Boterhoek.

Hubertine van den Biggelaar
storyteller bij www.anno04.nl en lid van het comité 200 jaar Best.

De informatie in dit blog is gebaseerd op het boek ‘Te Best wart’ door Jean Coenen en op het boek ‘Omzien in Best’ door Kees van den Biggelaar en Loek van Oort. De afbeelding is afkomstig uit de beeldbank van erfgoedvereniging Dye van Best.