Het is bijna zover! In 2019 viert mijn woonplaats Best dat ze zich 200 jaar geleden officieel losmaakte van buurgemeente Oirschot. Maar de kiem van deze afscheiding werd al in 1666 gelegd tijdens een heus oproer. Dat past helemaal bij het thema ‘Kom in opstand’ van deze maand van de geschiedenis.

Hoe raar het ook klinkt: de zelfstandigheid van Best is ‘de schuld’ van de Tachtigjarige Oorlog. Want na het tekenen van de vrede in 1648 werd langzaam duidelijk wat deze strijd – naast mensenlevens – nog meer gekost had. Veel gebieden hadden fikse oorlogsschulden. Zo ook de Vrijheid Oirschot, die de enorme schuldenlast van 47.000 gulden had. Om deze schulden te kunnen voldoen, wilde Oirschot een aantal gemeenschappelijke gronden verkopen. Het oog viel onder meer op percelen in het Besterbroek. De inwoners van de gehuchten Aarle, Naastenbest en Verrenbest stelden dat deze grond bezit was van hun eigen ‘herdgangen’ en niet van de hele Vrijheid Oirschot. Daarom spanden ze een proces aan bij de Raad van Brabant.

Goed werk heeft tijd nodig
Het vermoeden bestaat dat de eigenaarsvraag van het Besterbroek gecompliceerd was. Achttien jaar later had de Raad van Brabant namelijk nog steeds geen uitspraak gedaan in deze kwestie. Ondertussen werd de relatie tussen de drie Bestse herdgangen en de bestuurders van Oirschot verder op scherp gezet. Conflicten over de hoogte, rechtmatigheid en inningsplaats van grondbelastingen vlamden regelmatig op. Feit is dat de Raad van State op 16 oktober 1665 en op 25 september 1666 besloot om gemeenschappelijke gronden te verkopen, waaronder gebieden in het Besterbroek. Dat zinde de Bestenaren niet. Zij hadden nog geen uitspraak in hun proces over het bezitsrecht. Bovendien hadden ze het recht op deze gronden het vee gratis te weiden en het gerief- en timmerhout gratis te gebruiken. Daarom wilden ze een stokje steken voor de verkoop van ‘hun’ land.

Het oproer in de Malckersteeg
Half oktober 1666 werden de eerste gronden in Oirschot probleemloos verkocht. Op 18 oktober toog rentmeestergeneraal Gijsbert Pieck van Tienhoven naar Best om de gemeenschappelijke grond van de drie Bestse herdgangen te verkopen. In zijn kielzog kwamen ook kopers mee naar Best. Ze troffen in de Malckersteeg een menigte van meer dan 500 boze Bestenaren. Hun vorster Hendrik van Esch las een bezwaarschrift voor, maar dat maakte totaal geen indruk op de rentmeestergeneraal. Hij wilde gewoon met zijn werk beginnen. Op dat moment was het geduld van de Bestenaren op. Ze kozen massaal voor de aanval. De rentmeester kon dankzij het optreden van de kwartierschout met zijn koets ontkomen. Maar daar moest de kwartierschout wel voor betalen … Hij werd met mest en stenen bekogeld en raakte gewond aan zijn hoofd. De woedende menigte achtervolgde de koets met ‘hoge heren’. In de haast om weg te komen raakte het rijtuig van de weg en viel om. De rentmeester en zijn koetsiers liepen serieuze verwondingen op. Toch wisten de notabelen te ontkomen naar Oirschot. Daar bekoelden een aantal boze Bestenaren ’s avonds hun woede door een kar te vernielen. Uiteindelijk werden acht Bestenaren gearresteerd voor dit oproer. Dit was het sein voor een eigen, kleine koude (boter)oorlog tussen Best en Oirschot. Maar daarover vertel ik later graag meer!

Hubertine van den Biggelaar
storyteller bij www.anno04.nl en lid van het comité 200 jaar Best.

De informatie in dit blog is gebaseerd op het boek ‘Te Best wart’ door Jean Coenen en op informatie van erfgoedvereniging Dye van Best. De afbeelding is afkomstig van hun beeldbank.