Op 8 maart is het internationale Vrouwendag. Een mooie gelegenheid om u kennis te laten maken met een van mijn vele heldinnen uit het verleden. Vanwege het Rembrandtjaar zet ik Judith Leyster in het zonnetje. Ze verdiende in de Gouden Eeuw zelfstandig de kost als kunstschilder. Sterker nog: ze was befaamd om haar genrestukken en was het enige vrouwelijke lid van het Haarlemse schildersgilde. Daarom schilder ik in het korte een portret van deze inspirerende vrouw.

Rembrandts leven is goed gedocumenteerd en zelfs behoorlijk geromantiseerd. Over Judith Leysters leven is veel minder bewaard gebleven. We weten dat ze in 1609 in Haarlem geboren is  en in 1660 in Heemstede begraven is. Ook is bekend dat Judith zich in 1633 liet inschrijven als lid bij het Haarlemse Sint-Lucasgilde. Ze was niet de eerste vrouw die als meesterschilderes het recht had om een eigen werkplaats te openen en leerlingen op te leiden. Maar ze was wel lange tijd de bekendste meesterschilderes. Die roem had ze te danken aan haar eigen-wijze van schilderen, die raakvlakken heeft met de ontwikkeling van dé meester van De Gouden Eeuw: Rembrandt van Rijn.

Kostwinner
Judith Leyster experimenteerde net als Rembrand met donker en licht. Daarnaast hanteerde ze een losse penseelvoering en dat was in haar tijd enorm vooruitstrevend. Als meesterschilderes was Judith het ambacht in zijn geheel meeste, maar ze maakte faam met haar genrestukken. Sterker nog: ze was in haar tijd de enige vrouw die zich waagde aan het schilderen van deze scenes uit het dagelijkse leven. Een slimme zet, want juist naar deze schilderijen was grote vraag. En als zelfstandige vrouw moest ze simpelweg de kost verdienen! Gelukkig wisten steeds meer mensen de weg naar haar atelier aan de Korte Barteljorisstraat in Haarlem te vinden.

Huwelijksleed
Het lijdt geen twijfel dat Judith Leyster meesterwerken maakte. Maar dat deed ze vooral voor haar huwelijk. In 1636 trouwt ze met de kunstschilder Jan Miense Molenaer. Hoewel Judith de meest getalenteerde van de twee was, is er slechts één werk bekend van na haar huwelijk. Dat is ondertekend met de achternaam van haar man. Logisch, want in deze tijd voerde je als echtgenote de familienaam van je man. Toch vermoeden kunstkenners dat Judith in het atelier van haar man is blijven werken, al valt dat niet meer te bewijzen. Zeker is dat ze haar – zeer welvarende – gezin als een echte manager bestierde. Zo was ze zaakwaarneemster en boekhoudster van het atelier en groeide het aantal huizen waarin het echtpaar hun geld belegde. Hoewel het Judith financieel voor de wind ging, had ze ook het nodige leed te verwerken. Van de minstens vijf kinderen die ze kreeg, bleven één dochter en één zoon in leven.

Herontdekking
Judith stierf in 1660 en raakte al snel in de vergetelheid. Dat zou nog tot 1892 duren. Pas toen werd ze enigszins herontdekt. Het schilderij ‘De Serenade’ van Frans Hals bleek niet van deze meester of zijn zoon Jan te zijn. Tien jaar later werd vastgesteld dat dit meesterwerk door Judith is geschilderd. Toch bleef ze ten onrechte in de schaduw van de bekende mannelijke meesters staan. Een grote tentoonstelling in het Frans Halsmuseum in 1993 bracht daar maar een klein beetje verandering in. Zelfs de herontdekking van haar zelfportretin 2018 was ‘klein’ nieuws. Daarom mijn kleine oproep. Gaat u dit jaar Rembrandts bewonderen in het Rijksmuseum? Bewonder dan ook De Serenade van Judith in zaal 2.6…

Hubertine van den Biggelaar
storyteller bij www.anno04.nl

NB: wil je meer inspirerende vrouwen uit het verleden leren kennen? Dan is het boek 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis een aanrader!