Iemand uit mijn netwerk noemde me laatst (in positieve zin) een beroepsfantast. Tja, daar zit wat in. Sommigen zullen dit een twijfelachtige titel vinden. Maar persoonlijk ervaar ik het – wellicht als sterk staaltje omdenken – als een geuzennaam. Maar waar komt dat woord eigenlijk vandaan?

De meeste mensen weten wel dat een geuzennaam staat voor een eretitel die van origine een scheldwoord is. Sommigen herinneren zich misschien ook nog wel dat de geuzen iets met de Tachtigjarige Oorlog te maken hadden. Maar hoe zit het nou precies?

Spaanse strijd
De Tachtigjarige Oorlog begon in 1568 en eindigde in 1648. De Spaanse Nederlanden – bij ons beter bekend als de Zeventien Provinciën of De Lage Landen –  verzetten zich tijdens deze oorlog tegen de Spaanse overheersing. Aanvankelijk werden edelen die zich tegen de macht van de Spaanse koning Filips II verzetten geuzen genoemd. Later kregen de strijders die op het land tegen de Spaanse overheersing vochten de titel bosgeuzen. Soldaten die vanaf het water tegen de Spanjaarden streden staan nog steeds bekend als watergeuzen.

Franse Slag
Hoewel de Geuzen dus oorlog voerden met Spanje, komt het woord oorspronkelijk uit het Frans. Dat was in die tijd de wereldtaal om internationaal met elkaar te communiceren. Dat gold dus ook voor Margaretha van Parma. Koning Filips II benoemde namelijk zijn halfzus in 1559 tot landvoogdes van Nederland. Aanvankelijk was zij de Nederlandse edelen goed gezind. Maar als overtuigd katholiek vreesde ze de opkomst van de protestanten in de Noordelijke Nederlanden. Die vrees lijkt terecht toen in 1565 edelen uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden het ‘Compromis der Edelen’ ondertekenden. Ze eisten onder meer dat de inquisitie zou stoppen. Wij weten nu dat de zorgen van Margaretha geheel terecht waren. Maar de Spaanse overheersers zagen het in die tijd heel anders. Zo beschrijft haar (Nederlandse!) adviseur Charles de Berlaymont in 1566 de Nederlandse edelen als bedelaars. In een fameuze brief staat: “N`ayez pas peur Madame, ce ne sont que des gueux.” (“Wees niet bang mevrouw, het zijn slechts bedelaars.)

Van edelman naar bedelman …
Waarschijnlijk dacht Charles dat hij de edelmannen tot op het bot beledigde door ze bedelmannen te noemen. Maar al in de 16de eeuw konden Nederlanders goed ‘omdenken’. Drie dagen later sprak de ‘gueux’ Hendrik van Brederode tijdens een feestmaal de fameuze woorden: “J`ai bu à la santé des Gueux! Vive les Gueux!” (“Ik heb op de gezondheid van de bedelaars gedronken! Leve de bedelaars!). Al snel noemde eenieder die tegen de Spaanse overheersing streed zichzelf met trots een geus. En we weten allemaal dat de watergeuzen op 1 april Den Briel innamen en de Spanjaarden uit deze plaats verjoegen.

What’s in a name?
Of iets een geuzennaam is, is vaak een kwestie van interpretatie. Soms gaat een geuzennaam een heel eigen leven leiden. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de term ‘big bang’ die aanvankelijk bedoeld was om de theorie over de oerknal belachelijk te maken. Inmiddels kennen de meeste mensen alleen de  term ‘big bang-theorie’ nog en is de lading van scheldwoord of geuzennaam helemaal verdwenen. Wie weet gaat dat ooit ook nog eens gebeuren met de eretitel beroepsfantast …

Hubertine van den Biggelaar
Storyteller/beroepsfantast

NB: de foto bij dit artikel is afkomst van www.gahetna.nl. Voor de inhoud heb ik onder meer geput uit de informatie op www.omdenken.nl en https://historiek.net/